Wietske VisserVIEW PROFILE →
Nog maar 17 procent contant: het langzame afscheid van cash en de strijd om het te redden
Nederland is een van de minst contant betalende landen van de eurozone: nog maar 17 procent van alle betalingen gaat met cash. Terwijl de pinautomaten verdwijnen en de smartphone het overneemt, grijpt de wetgever in om contant geld voor iedereen bereikbaar te houden. Een verhaal over gemak, uitsluit
De munten en biljetten in onze portemonnee lijken langzaam maar zeker uit het straatbeeld te verdwijnen. Nederland behoort inmiddels tot de landen waar het minst met contant geld wordt betaald, en die trend zet zich onverminderd voort. Achter dit ogenschijnlijke gemak van digitaal betalen gaat echter een complex maatschappelijk vraagstuk schuil over toegankelijkheid en de vraag wie er buiten de boot dreigt te vallen.
Een van de minst contante landen
De cijfers spreken boekdelen over de razendsnelle opmars van het digitale betalen in ons land. In 2026 wordt nog slechts zeventien procent van alle betalingen met contant geld gedaan, een percentage dat de afgelopen jaren fors is gedaald. Daarmee is Nederland uitgegroeid tot een van de minst van cash afhankelijke landen binnen de gehele eurozone.
Deze positie deelt ons land met een select gezelschap, waaronder bijvoorbeeld Finland, waar het aandeel contante betalingen eveneens onder de dertig procent is gezakt. Terwijl in veel andere Europese landen het briefje van tien of twintig euro nog altijd springlevend is, kiest de Nederlandse consument massaal en steeds vaker voor de pinpas of de telefoon als betaalmiddel.

De opmars van contactloos en de smartphone
De belangrijkste aanjager van deze verschuiving is ontegenzeggelijk het gemak van contactloos betalen, dat inmiddels de norm is geworden aan de kassa. Meer dan zeven van de tien betalingen op verkooppunten werden al contactloos afgehandeld, waarbij de fysieke handeling van pinnen steeds vaker plaatsmaakt voor een simpele tik met kaart of telefoon.
Vooral het betalen met de smartphone of de smartwatch zit stevig in de lift en verandert het betaallandschap in hoog tempo. Het aandeel contactloze betalingen dat met zo'n mobiel apparaat werd gedaan steeg in korte tijd scherp, van eenentwintig procent naar negenentwintig procent. De telefoon vervangt zo niet alleen het contante geld, maar in toenemende mate ook de traditionele bankpas.
Dat we minder cash gebruiken, blijkt ook uit wat we nog in onze portemonnee bewaren. De gemiddelde Nederlandse consument droeg nog maar vijfendertig euro aan contant geld bij zich, een duidelijke daling ten opzichte van de zesenveertig euro van voorheen. Contant geld is voor velen verworden tot een reserve voor noodgevallen in plaats van een dagelijks betaalmiddel.
Verdwijnende geldautomaten
Deze afnemende vraag heeft directe en zichtbare gevolgen voor de infrastructuur rondom contant geld, die de afgelopen jaren flink is gekrompen. Een belangrijk kantelpunt was het moment waarop de drie grote banken ABN AMRO, ING en Rabobank in 2019 besloten om hun geldautomaten samen te voegen in een gezamenlijke onderneming genaamd Geldmaat.
De herkenbare gele geldautomaten van Geldmaat accepteren vrijwel alle bankpassen en vormen sindsdien het centrale punt waar Nederlanders zowel geld kunnen opnemen als storten. Hoewel dit systeem efficiënt is, betekende de bundeling ook dat het totale aantal beschikbare automaten daalde, waardoor de afstand tot een pinpunt voor sommige mensen groter werd.
Juist die groeiende afstand vormt de kern van de zorgen rondom de bereikbaarheid van cash. Voor bepaalde groepen in de samenleving, zoals ouderen, mensen met een beperking of degenen die simpelweg de voorkeur geven aan contant geld voor hun budgettering, is een goede toegang tot munten en biljetten geen luxe maar een noodzaak om volwaardig mee te kunnen doen.
De wetgever grijpt in
De overheid en de toezichthouder zijn zich terdege bewust van deze risico's en hebben geconcludeerd dat vrijblijvendheid niet langer volstaat. Een rapport van De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën kwam tot de heldere slotsom dat vrijwillige afspraken tussen partijen onvoldoende garanties boden en dat er wetgeving nodig zou zijn om contant geld te beschermen.
Die conclusie krijgt nu een concreet vervolg in de vorm van een nieuwe wet rondom het chartale betalingsverkeer. Het doel van deze wetgeving is om de opzet en de financiering van de gehele contantgeldketen zodanig te organiseren dat er ook op de langere termijn een maatschappelijk wenselijk niveau van contante dienstverlening beschikbaar blijft voor iedereen die dat nodig heeft.
Zo ontvouwt zich een fascinerende paradox in het Nederlandse betalingsverkeer. Terwijl de samenleving in hoog tempo digitaliseert en cash steeds verder naar de achtergrond verdwijnt, groeit tegelijkertijd het besef dat het beschermen van contant geld een publieke taak is. Het langzame afscheid van cash gaat zo hand in hand met een vastberaden strijd om het voor iedereen bereikbaar te houden.






